Een nieuwe studie, geleid door wetenschappers van de British Antarctic Survey (BAS), vergeleek de eerste watermonsters van de beroemde gigantische ijsbergen A23a en A76a tijdens hun tocht noordwaarts door de Antarctische wateren. Deze 'megabergen' hebben de afgelopen jaren wereldwijd de verbeelding geprikkeld vanwege hun duizelingwekkende afmetingen – beide zijn meer dan twee keer zo groot als Groot-Londen en bevatten samen genoeg ijs om het Verenigd Koninkrijk meer dan 250 jaar van zoet water te voorzien.
Belangrijke voedingsstoffen in het ijs van deze reuzen zorgen ervoor dat het leven in de oceaan kan floreren naarmate de ijsberg smelt. Maar het onderzoek toont aan dat, op het moment van bemonstering, alleen A76a deze nuttige voedingsstoffen aan het water leverde waar hij doorheen trok, terwijl A23a geen meetbaar effect had.
Het is een belangrijke ontdekking, omdat in een opwarmend klimaat gigantische ijsbergen naar verwachting vaker zullen voorkomen. Sommige wetenschappers hadden gehoopt dat dit een positief gevolg zou hebben – meer ijsbergen die meer leven in de oceaan voeden, wat meer koolstof uit de atmosfeer opneemt. Maar deze bevindingen nuanceren dat beeld. Niet alle ijsbergen zijn gelijk, en begrijpen waarom is een belangrijk puzzelstukje om te voorspellen hoe het klimaat zou kunnen veranderen.




